Toespraak Dodenherdenking

schoonhoven-1024x542

Voorgedragen door: George Hamel

Dames en heren, jongens en meisjes,

Ik vind het fijn dat u hier allen vanavond aanwezig bent om stil te staan bij de Nederlandse oorlogsslachtoffers. We herdenken vanavond gezamenlijk dat wij sinds het einde van de Tweede Wereldoorlog, nu 71 jaar geleden, in Nederland in vrijheid leven. Op 4 mei gedenken wij onze eigen doden en ook de vele geallieerde militairen die bij de bevrijding van ons land zijn omgekomen. Zij hebben het grootste offer gebracht dat mogelijk is. Zij hebben de hoogste prijs betaald voor onze vrijheid. Zij hebben er immers hun leven voor gegeven. Dat besef is een belangrijke motivatie om ons actief in te zetten voor vrede en vrijheid elders in de wereld.

Nederlandse militairen die later omgekomen zijn bij de inzet voor vredesmissies worden daarom ook vandaag herdacht.

Op een dag als vandaag realiseren we ons in de eerste plaats dat er een einde is gekomen aan de Tweede Wereldoorlog dankzij de inzet van grote aantallen geallieerde militairen.

Hans Keilson, een Duits-Nederlandse schrijver en psychiater, verloor zijn beide ouders in Auschwitz. Hij schreef:  “Als de vrijheid op de proef wordt gesteld, moeten we haar steviger omarmen. Dat is niet altijd even makkelijk, want de verleiding is groot om de haat van de ander klakkeloos te beantwoorden.” Het is vanzelfsprekender om kwaad met kwaad te vergelden, maar Keilson schreef: “Voordat je het weet, ben je naar één kant van een gevecht gedrukt en verruw je zoals je juist nooit wilde verruwen. Je wordt dan gelijk aan wie eerst je belager was. Sluipenderwijs ruil je medemenselijkheid en eendracht in voor wraaklust en geweld. Omdat een ánder een onderscheid maakte tussen rassen en groepen, en jou als vijand aanwees.” Deze gedachte van Keilson geldt nog steeds. Een open en democratische samenleving moet bij confrontatie met het kwaad haar principes en waarden nooit opgeven.

 

Vanavond herdenken we de slachtoffers van de Tweede Wereldoorlog en van oorlogsgeweld sindsdien. Ook staan we erbij stil dat sinds 1945 de wereld nog geen dag vrij is geweest van oorlog.

Het is belangrijk dat we ons bewust blijven van het verleden en proberen lessen te trekken voor het heden en de toekomst.

In het licht van de verschrikkingen van de Tweede Wereldoorlog besloot de internationale gemeenschap, in de woorden van politiek denker Hannah Arendt dat elk mens ‘het recht heeft om rechten te hebben’.

Om dit uitgangspunt vorm te geven, werd de menselijke waardigheid verwoord en werden de fundamentele rechten van de mens vastgelegd. Zo werd de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens aangenomen in 1948, samen met het Europese Verdrag van de Rechten van de Mens in 1950 en het Vluchtelingenverdrag in 1951.

Als we naar de actualiteit kijken, zien we dat deze verdragen nog steeds enorm belangrijk zijn. Evenals in de Tweede Wereldoorlog hebben we vandaag te maken met wrede en autoritaire groeperingen die zich schuldig maken aan aanslagen, martelingen, slavernij en massamoord. Op dit moment zijn er zestig miljoen mensen op de vlucht voor geweld, vervolging en oorlog. Van hen is 51% onder de achttien jaar, meer dan de helft dus. Het aantal mensen op de vlucht, is sinds de Tweede Wereldoorlog voor het eerst weer boven de vijftig miljoen gestegen. Hannah Arendt, die zelf vanwege haar Joodse achtergrond in 1941 uit Europa naar Amerika vluchtte, heeft vluchtelingen omschreven als “personen die een eigen plaats in de wereld zijn verloren, niet langer beschermd worden door de wet en zijn ontdaan van al hun rechten”. De bescherming van vluchtelingen werd daarom na de Tweede Wereldoorlog een belangrijk politiek grondbeginsel. Toch gaan steeds meer stemmen op die zeggen dat dit grondbeginsel niet volledig hoeft te gelden voor de vluchtelingen van vandaag, ondanks de overeenkomsten met de vluchtelingen van zeventig jaar geleden. Sommigen zeggen dat ‘de wereld veranderd is’ of dat het ‘een oud verdrag betreft’. Anderen zeggen dat tussen de vluchtelingen misschien vijanden zitten en dat de grenzen volledig dicht moeten. Het klinkt daarom eerder als een probleem dat veel asielzoekers wettelijk in aanmerking komen voor de vluchtelingenstatus, dan dat aan hen uit volle morele overtuiging bescherming wordt geboden om weer te kunnen leven als volwaardig persoon.

Ik ben ervan overtuigd dat het Vluchtelingenverdrag nog steeds actueel is. Toen Nederland het Vluchtelingenverdrag ondertekende, wisten we heel goed dat het niet om een enkeling ging die daarna een beroep kon doen op bescherming. We wisten dat vluchtelingen schoksgewijs en in grote aantallen kunnen komen. Toen al beseften we dat het lastig zou worden om ons aan dat Verdrag te houden. En toch onderschreven we de verdragen,  in volle overtuiging.

Bepaalde gebeurtenissen uit het verleden mogen zich niet herhalen in de toekomst. Want we mogen nooit vergeten dat in 1939 de boot St. Louis uit Hamburg vertrok met aan boord bijna duizend Joodse opvarenden. Zij zochten naar een land dat hen asiel en een toekomst wilde geven, buiten het bereik van het naziregime. Cuba weigerde hen, Amerika ook, en daarna Canada, Paraguay, Colombia en Argentinië. Het schip keerde uiteindelijk noodgedwongen terug naar Europese bodem. Na de oorlog bleek dat van de teruggekeerde passagiers minstens 250 waren omgekomen of vermoord in een concentratie- of vernietigingskamp. Dit mag nooit gebeuren. Toen niet, nu niet. Daarom kunnen de rechten van de mens niet verouderd zijn. Ze zijn universeel. Ze gelden voor iedereen en altijd. Het zijn onze morele kernwaarden. Het enige dat wellicht in de wereld is veranderd, is dat onze herinneringen aan deze historische les beginnen te vervagen.

Als we denken dat vluchtelingen misschien de vijand binnenbrengen en een gevaar zijn voor onze veiligheid, nemen we de taal van de tegenstander over. Dan laten we los wie we willen zijn, in een poging ons te beschermen tegen hen die ons willen veranderen. Dit betekent zeker niet dat het opnemen van vele vluchtelingen altijd eenvoudig is. We hebben in Nederland te maken met een immense opgave. Maar, ook als gemeente Krimpenerwaard kunnen we onze ogen niet sluiten voor de mensen in nood die in ons land aankloppen en hulp nodig hebben. Daarom denken we als gemeente na over de wijze waarop we ons gastvrij kunnen opstellen.

Dit kan voor onze inwoners soms beangstigend zijn. Maar die angst moeten we ombuigen naar terechte zorgen, om daarna zo goed mogelijk te kunnen zorgen voor elkaar. De oplossing is dat we nooit stoppen met het hooghouden van de waarden die het vrij-zijn mogelijk maken. We mogen ons vrij-zijn niet laten afbakenen door degenen die de vrijheid op de proef stellen. Dat is onze waarden onwaardig. Wie zijn principes meteen inruilt als ze daadwerkelijk worden getest, heeft ze nooit gehad. In plaats daarvan moeten we steeds opnieuw nadenken over de wijze waarop de vrijheid zo goed mogelijk beschermd is. Elk jaar weer. Elke dag weer. Het behoud van onze vrijheid ligt in het afwijzen van haat en in een rotsvaste toewijding aan de principes van onze democratische rechtsstaat. Als de vrijheid op de proef wordt gesteld, moeten we haar nog steviger omarmen.

Comments are closed.